Een prettig gesprek

De Benedictijnse St. Adelbertabdij in Egmond had jaarmarkt. In de Benedictushof stonden we met Tekengroep Egmond te schilderen. Het was een leuke, zonnige dag met twee aardige modellen. Mijn eerste portret lukte goed, maar was nog wel erg zoekend tot stand gekomen. Met het tweede model raakte ik op een prettige manier verwikkeld in een één-op-één-gesprek, terwijl de rest van de groep stil en geconcentreerd doorwerkte. Ondertussen was ik wél lekker aan het schilderen: ik kon goed de vorm vinden in de lijnen van het gezicht. Ogen, mond en neus werden losjes gemodelleerd. De achtergrond lukte ook. Erg tevreden ben ik vooral met de jas – die staat er lekker schetsmatig op.

Trix (50 x 65 cm)

Trix (50 x 65 cm)

Schifting

De laatste tijd zoek ik de uitdaging in het schilderen. Als ik – zoals vanavond – ga tekenen, grijp ik terug naar vertrouwde technieken. De vraag is of dat goed is, maar soms gebeurt er toch iets verrassends. Deze avond werkte ik op kletsnat papier, natgemaakt met een plantenspuit. Ik begon losjes met penseel, royaal met verdunde inkt (toch een soort schilderen). Daarna tekende ik met lichtblauw, wateroplosbaar krijt. Dit krijt (Neocolor II van Caran d’Ache) duwt – omdat het een beetje vettig is? – het water weg en doet zodoende het pigment van de oostindische inkt schiften. En ook al was het zo niet bedoeld, het effect is prachtig.

model Dione (50 x 65 cm)

model Dione (50 x 65 cm)

Het raadsel Rembrandt

Rond 2000 vroeg de Amerikaanse kunstenaar David Hockney zich af hoe het kwam dat vroege Renaissance-kunstenaars als Jan van Eyck opeens zo treffend realistisch zijn gaan schilderen. De zogenaamde Hockney-Falco-theorie stelt dat dit te maken heeft met de ontdekking van nieuwe optische hulpmiddelen: de lens en daarvoor camera obscura en holle spiegel. Hockney’s boek Secret Knowledge: Rediscovering the Lost Techniques of the Old Masters bevat een historiserende grafiek die per kunstenaar het bereikte realiteitsgehalte weergeeft. In die grafiek is er één kunstenaar wiens realiteitsgehalte door de honderd procent schiet: Rembrandt Harmensz. van Rijn. Dat is het raadsel Rembrandt.

Voor de tweede keer was ik bij de Late Rembrandt-tentoonstelling, nu met mijn vader. We stonden voor het raadsel van het Joodse Bruidje: hoe heeft Rembrandt de jonge vrouw zo levensecht kunnen schilderen? Zo lieflijk ingetogen? De man zo empathisch zacht, zijn hand op haar borst? De eerste gedachte die opkomt is dat Rembrandt een open, empathische man geweest zou moeten zijn. Maar de geschiedenis wijst daar niet op: Rembrandt was eerder stug, onvriendelijk, niet persé aardig voor vrouwen. En honkvast, eigenwijs.

De geschiedenis laat wél zien dat Rembrandt wist wat hij deed. In een van de weinige brieven die van hem bekend zijn (aan Constantijn Huygens), schrijft Rembrandt dat “in deesen twee stuckens sijnt daer die meeste ende die naetuereelste beweechgelickheijt in geopserveert”. Het Rembrandt Research Project laat zien dat Rembrandt een gedreven experimentator was, gericht op het bereiken van een zo realistisch mogelijk effect. Dit wordt gedetailleerd beschreven in het boek Rembrandt, painter at work.

Rembrandt streefde ernaar levensecht te schilderen. Hij was geen letterlijk schilder, het ging hem om het effect van naetuereelste beweechgelickheijt. In een gelaatsuitdrukking gaat het er niet om dat een oog een oog is volgens het boekje. Of een mond een complete mond met een keurige onder- en bovenlip. Het gaat om wat wel en niet zichtbaar is, om de trekken óm het oog, óm de mond, hoe alle onderdelen van het gelaat samenwerken. Om de spanning of ontspanning in het gelaat. De vraag is hoe Rembrandt dat bereikte.

Zelf zie ik een link met de rond 2000 ontdekte spiegelneuronen. De theorie van spiegelneuronen legt uit dat mensen de gevoelens van medemensen waarnemen via de buitenkant. Als wij iemand zien uitglijden over een bananenschil, signaleren onze hersenen (preciezer: de desbetreffende spiegelneuronen) die valbeweging. Die spiegelneuronen activeren het neurale netwerk van ‘zelf vallen. Daardoor ervaren wij als waarnemer het uitglijden alsof we zélf vallen, en daardoor vóelen we de schrik van het uitglijden van de ander. Op dezelfde manier lezen we gelaatsuitdrukkingen. Als wij iemand verdrietig zien kijken, nemen onze hersenen die gelaatsuitdrukking over, voelen we dit als eigen verdriet en via deze weg voelen we het verdriet van de ander. Toneelspelers weten dit al sinds jaar en dag: om je boos te voelen, moet je boos gaan kijken, boos gaan staan. Het bijbehorende gevoel komt dan vanzelf.

Lens en holle spiegel werden door David Hockney alleen door bepaalde kunstenaars gebruikt. Dergelijke kunstenaars lieten vaak geen enkele tekening achter (Vermeer, Caravaggio). Rembrandt daarentegen was een uitzonderlijk goede tekenaar die veel tekeningen achter gelaten heeft. Volgens Hockney gebruikte Rembrandt geen optische hulpmiddelen. In plaats daarvan schilderde Rembrandt volgens mij met een voelend oog. Met, op de een of andere manier, zijn spiegelneuronen.

Rembrandt Harmensz. van Rijn, Portret van een paar als Oud-Testamentische figuren, genaamd 'Het Joodse bruidje'

Rembrandt Harmensz. van Rijn, Portret van een paar als Oud-Testamentische figuren, genaamd 'Het Joodse bruidje'

Doortekenen

In Platja d’Aro waren onze tangodocenten aan het eind van de week bezig met het instuderen van een demonstratie. Dat ging gepaard met veel vuurwerk. Bepaalde sequenties werden keer op keer herhaald, met veel onderlinge discussies over timing, ritmiek en frasering. Die oefensessies heb ik proberen te tekenen. Onderstaande tekening vind ik ontroerend omdat in het midden het danspaar in zichzelf getekend zit – op de een of andere manier past dat bij dit stel dat al zo lang met elkaar danst.

Erna & Santiago practicing (21 x 28 cm)

Erna & Santiago practicing (21 x 28 cm)

Aanstelleritus

Aan de Costa Brava genoot ik van een tangovakantie, een hele week, met Elly. Luxe hotel, kamer aan zee, leuke mensen, geweldige docenten. Er waren twee lesgroepen: een basisgroep en voor de gevorderden en een master class. Als de gevorderden les hadden, pakte ik soms mijn schetsboek om te tekenen. Ik heb ontdekt dat tango-tekenen mij beter afgaat als ik met een rechte rug ga zitten (in de danshouding dus). Om nog beter uít mijn hoofd en ín de flow te komen, strek ik daarbij mijn rechterarm uit naar boven – als schermen dus, maar dan anders. Zo gaat mijn aandacht uit mijn hoofd náár mijn (linker) tekenhand. Door mijn ongebruikelijke tekenhouding werden de dansers regelmatig afgeleid, waarvoor bij deze mijn excuses.

Tangoles (21 x 28 cm)

Tangoles (21 x 28 cm)

Parkiet en zeemeermin

Een paar dagen na het bezoek aan de Oase van Matisse’ was ik weer in het Stedelijk Museum, nu met Elly en mijn vader. De vorige keer waren we niet aan de knipsels van Matisse toegekomen, dat was het plan voor vandaag.

Aan de knipsels van Matisse hebben het New Yorkse MoMa en de Britse Tate Gallery afgelopen jaar een grote overzichtstentoonstelling gewijd. De geëxposeerde cut outs waren te fragiel en te kostbaar om ze ook in het Stedelijk Museum te hangen, dus ging deze expositie aan de neus van Amsterdam voorbij. Het Stedelijk heeft nu zelf een Matisse-expositie gemaakt, op basis van werk in eigen bezit. De grote Parkiet en Zeemeermin is de centrale knipsel. In dezelfde bovenzaal hing ook de slak van vierkanten, en deze Herinneringen aan Oceanië. In een bijzaal hing het beroemde Jazz-boek volledig uitgestald.

De knipsels van Matisse zijn puur vorm én kleur. Dat is het mooie, maar tegelijkertijd ook een beperking. Deze BBC-documentaire roemt het modernisme van de knipsels (Nijntje!). De reacties die ik in mijn omgeving beluister zijn minder lovend. “Mooie servetten”, hoorde ik – en dan ging het met name om deze knipsel.

In dit filmpje vertelt Françoise Gilot wat het verschil was tussen Picasso en Matisse: Picasso werkte meestal vanuit het hoofd, Matisse vanuit de werkelijkheid: vaak had Matisse een model binnen handbereik. Voor mij betekent dat dat Matisse zich door de vorm liet verrassen. Vorm – van een lijn of van een vlak – is een expressief beeldelement. De vorm negeren doet het leven, de kijker, het schilderij te kort. Net zoals het echte leven verbazender kan zijn dan een roman, is een waargenomen vorm vaak interessanter dan een bedachte. Dat is de les van Matisse.

Henri Matisse, Blauw naakt (1952)

Henri Matisse, Blauw naakt (1952)