Blog

Bisterpennen

Voortdurend blijf ik worstelen met de vraag: hoe krijg ik mijn modeltekeningen interessant om naar te kijken? Of: wat wil ik eigenlijk met mijn modeltekeningen? Die vraag heeft deels met het onderwerp te maken: het klassieke, geïdealiseerde naakt interesseert mij niet zoveel. Anderzijds is het een tekenkunstige vraag. Bijvoorbeeld: hoe krijg ik een interessante lijn? Vanavond bij Frits het potje met bisterinkt uit mijn tekenkist opgepakt. Mijn bamboepennen was ik kwijt, daarom ben ik de kloostertuin ingedoken om een paar pennen te snijden. Bamboe kon ik niet vinden, wel een paar stevige holle takken van een verdorde bloemenstruik. Daarna met de bister in de weer: met pen en met kwast. In de onderstaande tekening ben ik niet ontevreden over de grenslijn van kleed en model: die is in ieder geval met meer aandacht getekend dan normaal.

model Noortje, 50 x 65 cm (2013)

model Noortje, 50 x 65 cm (2013)

Woodies

Woodies zijn korte dikke potloden met van binnen aquarelkrijt: een vettig krijt dat met water verwasbaar is. Mij lukt het maar moeilijk om hiermee bevredigende tekeningen te krijgen. Gisteravond tekende ik bij Tintoretto model. De laatste tekening was redelijk toonbaar, vooral vanwege de variatie in toonwaarden. Bij deze.

model Toon, 50 x 65 cm (2013)

model Toon, 50 x 65 cm (2013)

Gewassen inkt

Voortdurend spring ik van de ene tekentechniek naar de andere. Vooral bij modeltekenen. Eigenlijk was ik van plan verder te gaan waar ik de vorige keer gebleven was, maar oog in oog met het model besloot ik anders. Deze avond ben ik vooral met gewassen inkt in de weer geweest, zo te zien in combinatie met een zwarte Woody. Met onderstaande tekening ben ik best tevreden — al was het maar vanwege dat ene detail.

model Moira, 50 x 65 cm (2013)

model Moira, 50 x 65 cm (2013)

Atelierfeestje

Kees Verwey is een schilder die ik bewonder, maar ik kende hem voornamelijk van de plaatjes. Het Historisch Museum Haarlem presenteert de komende twee jaar een overzicht van zijn werk. Met Greetje ging ik naar Teylers, en voor Verwey maakten we een ommetje. De meeste indruk op mij maakten de grote atelierstillevens: een meesterlijke balans zowel in toon als in kleur. Het onderstaande stilleven is bijna postmodern: met veel moeite is een tafel te herkennen, een vaas en twee dozen — maar dan houdt het met de herkenbaarheid ook wel op. “Confetti”, zo heet het schilderij. Ziet u het? Viel het zonlicht zo feestelijk naar binnen? Of was er iemand jarig?

Kees Verwey, Confetti, 1986

Kees Verwey, Confetti, 1986

Alles behalve details

Na de zomervakantie heb ik voor het eerst weer modelgetekend bij Frits de Nooijer. Geïnspireerd door de tentoonstelling van Morandi had ik mezelf een aantal opdrachten gesteld, zoals: i) teken alles behalve het model, ii) alles behalve de contour, iii) alles behalve de details. Onderstaande tekening kwam voort uit de laatste “opdracht”. Achter haar rug kwam ik niet goed uit: daar lopen radiator en kreukels van de draperieën door elkaar. Dat stuk vind ik zelf het mooist.

model Renée, 50 x 65 cm (2013)

model Renée, 50 x 65 cm (2013)

Morandi in Brussel

Met Herman ben ik last minute naar de Morandi-tentoonstelling in Brussel geweest. Indrukwekkende expositie. Morandi is vooral bekend door zijn stillevens van potjes en vazen. In het echt had ik het werk van Morandi nog nooit gezien, behalve een of twee stillevens in Gemeentemuseum Den Haag.

Mijn beeld van Morandi is door deze tentoonstelling helemaal op zijn kop gezet. Een klassiek stilleven (“nature morte”) beeldt natuurlijke objecten af met nog een glans van leven. Denk aan een tros druiven, zo echt geschilderd dat je er in zou willen bijten. Morandi’s schilderijen gaan niet over de natuur, niet over het (gestilde) leven: de potjes die hij gebruikte om zijn stilllevens te schikken, schilderde hij eerst mat wit of grijs. Bij Morandi staat niet het leven stil, maar de tijd, en dat raakt aan de essentie van schilderkunst.

Gaandeweg tijdens de tentoonstelling in Brussel kwamen we erachter dat Morandi veel meer een schilders-schilder is. Voortdurend zet Morandi alle schilderwetten op hun kop. Zie bijvoorbeeld de onderstaande vaas met bloemen: zo symmetrisch als het maar kan (“hoort niet”), een ribbel van de vaas loopt gelijk met de scheidslijn in de achtergrond (“hoort niet”). En dan die bloemen: zo dood als een pier. Desalniettemin een tijdloos schilderij: hoe langer je er naar kijkt, hoe mooier het wordt.

Giorgio Morandi, Flowers (1920)

Giorgio Morandi, Flowers (1920)

Tango in de kerk

Met Frits was ik afgereisd naar Alkmaar. Het plan was te tekenen tijdens “Tango à la Carte”, een tangofestijn dat zich die middag afspeelde in de Grote of Sint-Laurenskerk. We hadden meer tekenaars verwacht, maar we waren de enige twee. Sterker nog: Frits ging het interieur van de kerk “doen”, dus zat ik als enige de mensen te tekenen die daar aan dansen waren. Dat viel niet mee, want de modellen staan niet stil. Die middag heb ik veel papier verspild, maar gaandeweg ging het gelukkig wel beter. Onderstaande tekening is van een danspaar van tachtig jaar oud dat wankel maar toegewijd de tangopassen maakt.

Tango in de kerk, 50 x 65 cm (2013)

Tango in de kerk, 50 x 65 cm (2013)