Onbedoeld

Mijn plan dit najaar was grafisch te gaan werken: puur zwart en wit. Deze tekenavond was mijn tweede poging. Helaas begon ik anders, met potlood, en zo eindigde ik ook, in vijftig tinten grijs. Van de potloodtekening wilde ik overschakelen op zoiets als Oost-Indische inkt, maar dat punt bereikte ik nooit. Hoe is dat mogelijk? Ben ik zo bang? Ben ik zo’n schijterd? Wel een beetje misschien. De angst is die voor het onbekende. In potlood kan ik uit de voeten, dat voelt veilig. Over te gaan op puur zwart/wit zoals mijn bedoeling was, is te spannend. Ik heb dat nog nooit gedaan. Ik weet niet hoe het werkt, ik weet niet wat eruit komt, of het wel een mooie tekening wordt. Misschien wordt het wel een misbaksel en eindig ik met niks. Zulke gedachten spoken onbewust door mijn hoofd. Dus bleef ik vanavond onbedoeld en een beetje schijterig op veilig terrein, zie onderstaande tekening. Volgende week: nieuwe ronde, nieuwe kansen.

José, 50 x 65 cm

José, 50 x 65 cm

Grafiekstand

De maandag voor Prinsjesdag is traditioneel de opening van het tekenseizoen: wekelijks gaan we in het Karmelklooster weer aan de slag met de Egmondse tekenclub. Bij Buitenkunst deze zomer had ik een mislukte poging gedaan om lino te snijden: ik merkte daar dat mijn hersenen maar moeilijk in de grafiekstand te krijgen waren. Als een soort revanche wilde ik dit najaar grafisch gaan werken. Portretten in pure vlakken zwart en wit, dat wilde ik. Hoe dat aan te pakken, daarover had ik slechts een vaag idee: eerst maar gaan tekenen en dan later vlakken opvullen met inkt, krijt of aquarelpotlood, zoiets. Eenmaal aan het tekenen geslagen, durfde ik niet goed de stap naar zwart/wit te maken … en dus bleef ik maar tekenen. Onderstaande tekening, mijn beste van de avond, toont veel grijstonen in plaats van het beoogde pure zwart en wit. Echter, de grijstonen zijn nadrukkelijker dan bij mij gebruikelijk. Dat zie ik dan maar als winst.

Lisa, 50 x 65 cm

Lisa, 50 x 65 cm

Streepje

Vanavond was het portretmodel een collega-tekenaar, tevens vader van een ándere college-tekenaar. Waarom Cees model stond, was mij niet duidelijk, hij was blijkbaar gevraagd. Voor hem betekende het dat hij moest stilzitten en niet kon werken. Ons tekenaars bood hij een lekkere “kop” om te tekenen. Normaal is dit niet netjes om te zeggen, maar bij een collega-tekenaar kan dat. Het brilletje was ook fijn, een bril geeft altijd steun. En met het kraagje van zijn overhemd kon ik ook wel iets, dat had een prikkelend artistiek streepje. Met ballpoint heb ik twee lekkere tekeningen gemaakt. Beide zijn vlot getekend, in één doorgaande flow en op tijd gestopt. Zie de tekening hieronder en klik hier voor de andere.

Cees, 50 x 65 cm

Cees, 50 x 65 cm

Verbeelding

Wanneer is een portret gelijkend? Je zou denken dat dit een simpele ja-nee-vraag is: een portret lijkt wel óf niet. Portretmodel vanavond was Hans van het Egmondse Overslot. Het hieronder afgebeelde portret stemde mij erg tevreden, want ik vond het behalve artistiek gelukt ook erg gelijkend: het sympathieke, verweerde hoofd, de enigzins mysterieuze glimlach, de (niet-zichtbare) dreadlocks onder de pet, voor mij was dat helemaal Háns. Mijn collega-tekenaars dachten daar anders over. Ik had nóg twee tekeningen gemaakt, waarvan eentje de favoriet was van mijn collega’s. Die ándere tekening was volgens hen juist helemaal Hans, veel meer dan de tekening hieronder. Zelf schaamde ik mij een beetje voor die andere tekening, daar vond ik het model veel te zij-ig afgebeeld, met glazige ogen. Dit illustreert maar weer dat gelijkenis is geen objectieve kwestie is, maar een subjectieve. Deze kennis is verrassend maar niet nieuw. In 396 na Christus schreef Augustinus er al over in zijn Confessiones. Of lees Het portret en zijn gelijkenis van de hand van kunstcriticus Mr. W.C. Feltkamp: dit artikel legt de vinger op de zere plek. Feltkamp stelt dat gelijkenis neerkomt het gelijken van het portret met de inwendige voorstelling die iemand van de geportretteerde heeft. Tádáá! Dat maakt duidelijk waar de subjectiviteit vandaan komt: it’s in the eye of the beholder. Onderstaand portret is dus mijn gelijkende beeld van Hans. Of in de geest van Augustinus: mijn verbeelding van Hans.

Hans, 50 x 65 cm

Hans, 50 x 65 cm

Vluggertje

De maandagse tekenavondavonden duren altijd van acht tot tien. Om negen uur hebben we een kwartier koffiepauze. Rond tien voor tien beginnen sommigen al op te ruimen, om op tijd te vertrekken. Op dat tijdstip begin ik soms nog aan een laatste snelle tekening, een vluggertje. Dat voelt wel een beetje uitsloverig, maar ik vind het té leuk om niet te doen. Het gekke is dat dat vaak een verrassend goede tekening oplevert. Hoe komt dat nu weer? Is dat omdat ik dan ingetekend ben? Omdat er geen tijd meer is om na denken? Of omdat er bij zo’n vluggertje geen druk meer op ligt? Hoe dan ook, onderstaande tekening is volgens mij zo’n vluggertje. Helemaal perfect is deze tekening niet, maar er zitten mooie stukken in: met name de mond ‘zit er goed in’, de welving van het profiel van het gezicht is goed gelukt en steekt mooi af tegen de vorm van het haar.

Didi, 50 x 65 cm

Didi, 50 x 65 cm

Griekse buste

Voor de verandering zit een van de naaktmodellen deze keer portrét. De vorm van het hoofd van Joyce heeft iets van een Griekse buste – ik denk door de vorm van de jukbeenderen, de oogkassen en de hoge wenkbrauwen. Het vinden van de gelijkenis was nog best hard werken, maar volgens mij zit er in onderstaande tekening van beide wel iets in: van de Griekse buste én van de gelijkenis.

Joyce, 50 x 65 cm

Joyce, 50 x 65 cm

Uitvergroot

Het portretmodel is net als vorige week een oud-collega van Frits. Voor de verandering werk ik eens met het licht mee. De lamp werpt een mooie schaduw op de achtergrond: het hoofd, maar dan uitvergroot. Die gekke schaduw met dat reuzevoorhoofd en die neus is te mooi om niet mee te nemen, vandaar de keuze voor deze uitsnede. De rand van de schaduw had nog wel wat mooier gekund (een lijntje rond een schaduw vind ik altijd storend werken), maar voor de rest is deze tekening lekker los getekend.

Henny, 50 x 65 cm

Henny, 50 x 65 cm

En profil

Het portretmodel van vanavond is een oud-collega van tekenavond-organisator Frits. Onder het tekenen worden genoeglijk oude herinneringen opgehaald. Aan deze gezamenlijke herinneringen heb ik part noch deel, dus kan ik me lekker op het tekenen concentreren. Zoals bijna altijd zit ik links van het model (voor de kijker rechts), omdat de beste plekken middenvoor gereserveerd zijn voor de vaste club van habitués die hier al jarenlang tekenen. Het model zit van mij weggedraaid en ik heb ‘licht tegen’. Door nóg iets verder op te schuiven, krijg ik het model en profil en in tegenlicht, hetgeen soms aardige tekeningen oplevert. Met onderstaande tekening kan ik prima tevreden zijn, denk ik. De bril werpt een kekke mini-schaduw op de onderkant van de oogkas, en het licht op wang, snor en onderlip is mooi gelukt.

Patrick, 50 x 65 cm

Patrick, 50 x 65 cm

Suggestief

Soms gebeurt het dat het portretmodel niet komt opdagen. Zo ook vanavond. Collega-tekenaar Chiel was zo aardig om portret te gaan zitten. Zelf voel ik me wel een beetje schuldig, want waarom offer ik mijn tekenavond nu niet op en Chiel wel? Hoe dan ook, ik heb deze avond een stuk of drie portretten gemaakt. Onderstaande vind het meest interessant. Niet vanwege de gelijkenis (die kan beter) of de hoed (die mag wel iets breder), maar vanwege de gekke schaduwvlekken links en rechts achter de bril. En misschien ook wel de schetsmatige uitwerking van de gebreide kraag van zijn vest. Die half-affe stukken zijn suggestiever dan de uitgewerkte delen. En daarom misschien wel mooier?

Chiel, 50 x 65 cm

Chiel, 50 x 65 cm

James Bond

Waar kun je James Bond in eigen persoon natekenen? Dat kan bijna nergens, maar wel in Egmond, waar één van de vaste portretmodellen sprekend lijkt op Sean Connery. De beste man, een Egmonder, is de opmerkingen hierover inmiddels wel gewend. Rustig nam hij zijn James Bond-pose in op de portretstoel. Zelf lukte het mij deze tekenavond niet goed om raak te schieten; de gelijkenis was soms ver te zoeken. Pas in de laatste tien minuten lukte wat daarvoor mislukte: met minimale middelen een redelijk gelijkend portret neer te zetten. Het is aan de kijker om te beslissen: is dit nu een James Bond (al dan niet in zijn nadagen) of niet?

Ad, 50 x 65 cm

Ad, 50 x 65 cm