Kraagje

Deze tekenavond zat voor ons een jong portretmodel met een prachtige, volle bos haar die ze naar één kant over haar schouder geslagen had. Heerlijk om te tekenen. Onderstaande tekening is het beste gelukt. Behalve met heur haar ben ik blij met de weergave van het bontkraagje van het spijkerjack dat ze droeg: de lichte veeg middenop geeft de kraag vorm en de vette schaduw zorgt voor volume. Ook in de rest van de tekening is het gelukt om de uiterste toonwaarden uit de houtskool te persen: zowel het lichte, uitgepoetste grijs als het vetste zwart.

Céline, 50 x 65 cm

Céline, 50 x 65 cm

Ontwikkeling

Hoe te werken in houtskool? Moet je veel uitvegen en poetsen, of juist helemaal niet? Mijn oorspronkelijke inspiratie was te tekenen à la Matisse: beginnen met een min of meer realistisch portret, dat helemaal uitvegen en daar overheen dan met een klare lijn abstraheren. Helaas is mij dat de afgelopen maanden nog nooit gelukt, misschien alleen de eerste keer. Eerlijk gezegd denk ik dat zo’n project weinig kans van slagen heeft op mijn maandagse tekenavonden (te druk, te gehaast), dat daar de rust en de aandacht van het werken op atelier voor nodig is. Desalniettemin zit er ontwikkeling in mijn houtskoolstijl. Onderstaande tekening stemt mij vooral tevreden. Er is stevig in gepoetst en geveegd, er staan duidelijke lijnen en arceringen, maar er is ook rust. Rust in de achtergrond en in het maagdelijke wit van de voorgrond.

Willemijn, 50 x 65 cm

Willemijn, 50 x 65 cm

Opgewerkt

Het zit niet altijd mee. Het lukte mij vanavond niet de gelijkenis te treffen met het portretmodel, terwijl ik daar eerder wel in slaagde. Onderstaande tekening is achteraf een beetje opgewerkt, door middel van het donkere vlak linksachter het hoofd. Niet mijn beste portret, maar wel de beste tekening van deze avond. Waarom eigenlijk? Zelf ben ik erg blij met het linkeroog. Daar zat ik erg mee te worstelen, dat gedeelte heb ik verschillende malen uitgeveegd. Uiteindelijk is het gelukt met een ferme streep en een stevig rondje. Daar heb ik het maar bij gelaten.

Lisa, 50 x 65 cm

Lisa, 50 x 65 cm

Overtuiging

Waarom zijn kindertekeningen zo mooi? Niet omdat ze zo knap zijn of zo gevoelig. Kinderen tekenen onbevangen en vrij, maar zijn tegelijkertijd overtuigd en beslist, ook als het nergens op lijkt: “Dit is een huis”, “Dit is een vliegtuig”, “Dit zijn pappa en mamma”. Die overtuigingskracht, die beslistheid bepaalt voor mij de schoonheid van kindertekeningen.

Als we ouder worden, verliezen we de kinderlijke vrijheid. Wij gaan tekenen zoals we denken dat het hoort. We tekenen braaf ogen, neus en mond zoals we geleerd hebben, op de plekken waar we denken dat het moet. We tekenen de ogen even groot en even hoog (ook als dat niet zo is), keurig met de lichtjes erin (ook als die er niet zijn). Tegelijkertijd verliezen we de kinderlijke zelfverzekerdheid. We worden onzeker, bang niet te voldoen aan de norm. Als een portret niet voldoende lijkt, worden we al snel ontevreden.

Meer nog dan de vrijheid van het kindzijn mis ik bij mezelf de kinderlijke overtuigingskracht: hoe fijn zou het zijn om te tekenen en te geloven dat je tekening de werkelijkheid weergeeft? De werkelijkheid ís ? In de onderstaande tekening zit daar (per ongeluk?) iets van in, in de krassen die zeggen: “Dit is een bos haar.”

Fernanda (50 x 65 cm)

Fernanda (50 x 65 cm)

On-monumentaal

De laatste tijd ben ik met houtskool bezig. Het oorspronkelijke plan was om geabstraheerd-gestileerde tekeningen te maken op basis van een uitgeveegde schets – à la Matisse, zeg maar. Van dat doel ben ik steeds verder afgedwaald. Mijn houtskooltekeningen zijn in de loop van de tijd in plaats van gestileerder steeds monumentaler geworden. Die van vanavond ook, zie deze link. Na de tekenpauze had ik een stand waar ik helemaal niet uitkwam. Van pure frustratie ben ik toen maar op ander materiaal overgegaan: woodies. Of dat monumentale mij onbewust op de zenuwen is gaan werken? Misschien. Het resultaat is in ieder geval een losse, open tekening, waar de uitdrukking van het portretmodel goed in te herkennen is. Niet echt gestileerd, maar in ieder geval prettig on-monumentaal.

Elly, 50 x 65 cm

Elly, 50 x 65 cm

Psychisch

Van niet-tekenaars krijg ik vaak de reactie dat het ‘lekker’ of ‘fijn’ moet zijn, om te kunnen tekenen. Zo ‘te kunnen ontspannen’. Mede-tekenaars weten wel beter: scheppen gaat van au. Het bevredigende van tekenen en schilderen is dat je iets máákt, iets dat er daarvoor nog niet was. Iets dat – als het goed is – jezelf verrast. Maar het proces naar een bevredigend eindresultaat kan een ingewikkeld pad zijn, vol dwaalwegen. Regelmatig raak ik de weg kwijt: in mijn hoofd ontstaat dan een soort verwringing – ik kan dan niet meer objectief beoordelen wat goed is en niet goed. Zo ook vanavond: mijn vier tekeningen van deze avond bekijkende, houden alleen de laatste twee stand. De eerste twee vind ik nu stijf, bedacht, niet overtuigend, stom en afgekeurd. Toen ik ze maakte, dacht ik echt ik goed bezig was en was ik heel eventjes blij met het resultaat. Hoe komt dat? Autosuggestie? Best eng, want wie zegt wanneer zoiets uitgewerkt is?

Sanne, 50 x 65 cm

Sanne, 50 x 65 cm

Tegenstellingen

De laatste keer portrettekenen voor de kerst. Van de vier houtskooltekeningen die ik maakte, is de laatste de enige die ik durf te tonen. Deze tekening bevat nogal wat tegenstellingen die er per geluk of ongeluk ingekomen zijn: het contrast tussen de precieze vorm van het profiel en de springerigheid van het haar; de rondgaande beweging rond het stilstaande schaduwvlak achter de kin; de scherp getekende lijnen die contrasteren met de uitgepoetste delen en last but not least de afwisseling tussen de lichte en donkere partijen. Misschien is het wishful thinking, maar ik denk dat vooral dat laatste effect de tekening iets schilderachtigs geeft. Iets om te onderzoeken?

Jo, 50 x 65 cm

Jo, 50 x 65 cm

Ons ben zunig

Uit zuinigheid teken ik op de achterkant van afgekeurde tekeningen. De te recyclen vellen die ik meegebracht had, waren gebobbeld door het water van de gewassen inkt. Daardoor ging wat ik wilde – poetsen in houtskool – niet zo lekker, niet zo gladjes. Onderstaande tekening is het best gelukt van de avond: door de vorm, denk  ik, de losheid, en door wat het gebruikte papier meegaf aan extra’s.

Arianne, 50 x 65 cm

Arianne, 50 x 65 cm

Uitpoetsen

Met de collega’s van het Alkmaars Kunstcollectief deden we een workshop, zoals we vaker wel doen, voor en door elkaar. Deze werd geleid door Martine. Het thema: portret in houtskool. De man van een van de leden zat model. Voor mij was dit een aanleiding om de houtskool weer eens op te pakken. Van dit stoffige materiaal ben ik niet zo gecharmeerd, wel van de manier hoe Matisse daarmee omging. In het kort: beginnen met een realistische tekening, die uitvegen (houtskool poetst lekker uit) en van daaruit abstraheren/stileren. Matisse kon dat werkelijk prachtig, zie hier of hier. Stileren bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Onderstaand portret is mijn eerste van de middag. Er is wel in geveegd, maar het portret is toch realistisch gebleven. Hoe erg is dat?

Hugh, 40 x 50 cm

Hugh, 40 x 50 cm