Kinderlijk

Henri Matisse is met afstand mijn grootste schilderheld. Meester van vorm, patroon, kleur en compositie, superieur dichter van de eenvoud. Kwetsbaar, gevoelig en groots. Op vakantie met Karin in Frankrijk bezochten we Musée Matisse, gevestigd in de rode Villa des Arènes in Cimiez, een heuvelige buurt in het noorden van Nice. Al had ik geen superhoge verwachtingen van het museum, toch viel het bezoek een beetje tegen: veel over het leven van Matisse, veel knipsels, flink wat bronzen beelden, wat oud werk, maar verder bar weinig schilderijen. Uiteindelijk hingen er twee topstukken, waarvan eentje, de beroemde stoel, uitgeleend was voor een tentoonstelling in het buitenland. De grote hoeveelheid middelmatige tekeningen en litho’s doordrongen mij ervan dat Matisse niet alleen maar gouden handjes had. Onderstaand schilderij is gelukkig een waarachtige Matisse: absolute eenvoud in de uitdrukking (de kinderlijke tuinplanten), prachtig van kleur en vorm. Het mooist vind ik de granaatappels op de schaal: zo eenvoudig, zo mooi licht van kleur, zo zou ik willen dat het leven was.

Henri Matisse, Nature morte aux grenades, 1947

Henri Matisse, Nature morte aux grenades, 1947

Knippen

In het kader van de teambuilding organiseren we met het Alkmaars Kunstcollectief eens in de zoveel tijd een workshop vóór en dóór leden. De vorige workshop was drie maanden geleden, die van vandaag werd geleid door Ernestine. Onderwerp: de cutouts van Henri Matisse. Dat werd dus knippen. We begonnen met het kleuren van vellen papier. Uit die gekleurde vellen knipten we vrouwenfiguren. Aan het eind bracht Ernestine onze knipsels bijeen tot één groot groepswerkstuk. Mijn figuren zitten daar ook tussen. Echter, ik vrees dat alleen ik weet waar …

Ernestine et al,

Ernestine et al, "Ode aan de vrouw" (linkerdeel, ca. 80 x 100 cm)

Parkiet en zeemeermin

Een paar dagen na het bezoek aan de Oase van Matisse’ was ik weer in het Stedelijk Museum, nu met Elly en mijn vader. De vorige keer waren we niet aan de knipsels van Matisse toegekomen, dat was het plan voor vandaag.

Aan de knipsels van Matisse hebben het New Yorkse MoMa en de Britse Tate Gallery afgelopen jaar een grote overzichtstentoonstelling gewijd. De geëxposeerde cut outs waren te fragiel en te kostbaar om ze ook in het Stedelijk Museum te hangen, dus ging deze expositie aan de neus van Amsterdam voorbij. Het Stedelijk heeft nu zelf een Matisse-expositie gemaakt, op basis van werk in eigen bezit. De grote Parkiet en Zeemeermin is de centrale knipsel. In dezelfde bovenzaal hing ook de slak van vierkanten, en deze Herinneringen aan Oceanië. In een bijzaal hing het beroemde Jazz-boek volledig uitgestald.

De knipsels van Matisse zijn puur vorm én kleur. Dat is het mooie, maar tegelijkertijd ook een beperking. Deze BBC-documentaire roemt het modernisme van de knipsels (Nijntje!). De reacties die ik in mijn omgeving beluister zijn minder lovend. “Mooie servetten”, hoorde ik – en dan ging het met name om deze knipsel.

In dit filmpje vertelt Françoise Gilot wat het verschil was tussen Picasso en Matisse: Picasso werkte meestal vanuit het hoofd, Matisse vanuit de werkelijkheid: vaak had Matisse een model binnen handbereik. Voor mij betekent dat dat Matisse zich door de vorm liet verrassen. Vorm – van een lijn of van een vlak – is een expressief beeldelement. De vorm negeren doet het leven, de kijker, het schilderij te kort. Net zoals het echte leven verbazender kan zijn dan een roman, is een waargenomen vorm vaak interessanter dan een bedachte. Dat is de les van Matisse.

Henri Matisse, Blauw naakt (1952)

Henri Matisse, Blauw naakt (1952)

Visuele poëzie

Met zijn zintuigen neemt homo sapiens allerlei signalen weer: beelden, geluiden, smaken, geuren. Dit alles dient een biologische functie: medemensen herkennen, voedsel vinden, vijanden signaleren. Van elk van deze verschijningsvormen heeft de mens zelf een kunstmatige variant geschapen: parfum is kunstmatige geur, kookkunst is opgevoerde smaak, muziek is geconstrueerd geluid. En schilderen is visuele poëzie, en voor mij is Matisse de hogepriester hiervan.

Met Fernanda was ik het Stedelijk Museum voor de “De oase van Matisse”. Beneden hingen zijn schilderijen, boven hingen de knipsels. Wat hing er: een prachtig straatgezicht van Arceuil, het beroemde portret van André Derain dat veel kleiner is dan gedacht. De baai van Saint Tropez, ook kleiner dan gedacht. Het beroemde blauwe gezicht op de Notre Dame, een paar stillevens en interieurs, enkele odalisques, veel tekeningen. En, uiteraard, de knipsels.

Wat mij ontroert aan Matisse, is dat hij raakt aan de geheimen van het visuele. Het beeld is bij hem losgeraakt van de betekenis, is puur kleur, lijn, decoratie, vorm, compositie. Zijn beelden lijken oergeheimen uit het oerwoud — een zondags, zonnig oerwoud. Bij Matisse gaat het om het zinnelijk genot van kleur, het zinnelijke genot van vorm, van decoratie, de schoonheid van een vrouw. Matisse is de hogepriester van het zinnelijke. Niet primitief, maar beschaafd en beschavend. Visuele poëzie, lyrische schoonheid. Schoonheid, schoonheid heeft bij Matisse haar gezicht niet verbrand.

Henri Matisse (1945)

Henri Matisse (1945)