Forensische tekeningen

Het atelier van het Alkmaars Kunstcollectief is gehuisvest in een monumentenpand. Vandaar dat we meededen aan Open Monumentendag. Het thema van deze dag was “Op reis”. Mijn collage-experimenten hebben uiteindelijk tot niets geleid, dus moest ik wat anders. Bij het opruimen van mijn atelierzolder kwam ik mijn treintekeningen uit 2012 tegen, en die pasten eigenlijk heel goed in het thema van deze Open Ateliers. Alleen oud werk presenteren geeft natuurlijk geen pas. Daarom heb ik – dagelijks heen en weer reizend tussen Heiloo en Amsterdam – een aantal nieuwe treintekeningen gemaakt. Voor de gelegenheid heb ik die “Forensische tekeningen” gedoopt, een naamgeving die wel enige uitleg behoefde.

Treintekening, 20 x 28 cm

Treintekening, 20 x 28 cm

Treintekening, 20 x 28 cm

Treintekening, 20 x 28 cm

Honderd meter borstcrawl

De tweede week van augustus was ik bij Buitenkunst in de Flevopolder, bij de workshop “Overgave aan het potlood”. Opzet van de workshop was los te komen van bestaande kaders. En dat gebeurde: we hebben lopend getekend, getekend zonder het potlood van papier te halen (een uur lang), serieel getekend (drie uur achter elkaar elke vijf minuten een tekening), getekend zonder iets te zien (in het nachtdonker). Eén van de inspiratiebronnen van docent Liesje van den Berk was de Amerikaanse performance artist Tony Orrico, die zijn fysiek gebruikt om levensgrote tekeningen te maken. Dat gingen wij ook doen. Samen een andere deelnemer bedachten we om iets met zwembewegingen te doen. Rechtop staand tegen een groot stuk papier deden we — met in elke hand een potlood — de vlinderslag en de borstcrawl. Onderstaande tekening schat ik op ongeveer twee baantjes borstcrawl.

Honderd meter borstcrawl, 100 x 150 cm

Honderd meter borstcrawl, 100 x 150 cm

Van binnenuit

Sinds een jaar dans ik de tango. Deze bewering klopt maar half, want pas sinds deze zomer begint het dansen een beetje te lukken, daarvoor was het meer een worsteling. De vraag is of ik als tekenaar/schilder iets met de tango moet, en zo ja, wát. De esthetische afbeeldingen die gewoonlijk van de tango gemaakt worden interesseren mij niet zoveel. Liever zou ik de tango ‘van binnenuit’ willen weergeven: meer hoe het voelt, dan hoe het eruit ziet. Onderstaande tekening (gemaakt op de Buitenkunst-workshop Overgave aan het potlood) is een eerste poging daartoe.

Tangostappen, 50 x 65 cm (potlood)

Tangostappen, 50 x 65 cm (potlood)

Like a baby

Een lelijk woord is het, foetushouding. Maar om te tekenen vind ik deze pose erg fijn. Als het even kan, vraag ik tijdens een modeltekensessie het model deze stand een keer aan te nemen. Meestal kijkt het model verbaasd, omdat in de modeltekenwereld deze houding niet erg gebruikelijk is. Vaak doet het model een hazeslaapje. Na afloop hoort je het model “Heerlijk” zeggen, of “Lekker” — even in de foetushouding mogen liggen ontspant blijkbaar enorm. Alleen wat doe je aan dat woord? Het model van deze middag kwam uit India en sprak geen Nederlands. Hoe maak je haar dan duidelijk wat je wil? Het enige dat in mij opkwam, was: “Like a baby”. En dat werkte.

model Chanana, 20 x 28 cm

model Chanana, 20 x 28 cm

The whole thing

William Morris Hunt (1824–1879) was een Amerikaans schilder die veel privé-leerlingen had. De communicatie met zijn leerlingen ging voor een deel met briefjes, door een assistente heen en weer gebracht. Die notities zijn bewaard gebleven en verzameld in het amusante boek ‘On Painting and Drawing’, dat vol staat met schilderkunstige overwegingen. Bijvoorbeeld: “It is of great importance to get an impression of the whole thing. Not easy to do this. Our habit of scrutiny makes us look at part of things, and if you paint these only you don’t make a picture.”

Onderstaande tekening is begonnen met een (nog zichtbare) kriebellijn die het hele model in één keer ‘vat’. Daarna is het model met lijn en toon verder uitgewerkt. Op zich ben ik prima tevreden met deze vijf minuten-tekening. Toch is dit nog niet The whole thing, want de achtergrond is er pas in tweede instantie bijgetekend. Of je dit aan de tekening zien kan, weet ik niet, maar ik kom er steeds meer achter dat je een tekening of schilderij ‘holistisch’ op moet zetten: alles moet er vanaf het allereerste begin op staan. In dit geval: zowel het model, als de voor- en achtergrond.

model Marilyn, 21 x 30 cm

model Marilyn, 21 x 30 cm

Overdrijven

Met modeltekenen heb je te maken met de werkelijkheid die levend voor je staat. En alsof dat nog niet genoeg is, zitten in mijn hoofd stemmetjes die eisen dat ik het model “vastleg” as it is. Een van de manieren om van de werkelijkheid los te komen, is overdrijven. Soms lukt dat zonder de werkelijkheid geweld aan te doen, zoals in onderstaande tekening.

model Anika, 20 x 28 cm

model Anika, 20 x 28 cm

Gelukkie

In vlak en toon te gaan werken met potlood, dat is wat ik wil. Maar zo eenvoudig is dat niet. Voordat ik het zelf door heb staat het papier vol met lijnen. Of met een teveel aan arceringen, en dat wordt gauw een grijze soep. Onderstaande tekening is een interessante mix van lijn en arcering. De tekening is niet helemaal af — blijkbaar was de tijd “op”. In dit geval is dat een gelukkie, anders was de tekening waarschijnlijk verprutst.

model Mariëlle, 20 x 28 cm

model Mariëlle, 20 x 28 cm

Kriebellijn

In vlak en in toon gaan werken en niet in lijn, dat is mijn voornemen met potloodtekenen. Deze vrijdagmiddag kwam het er alleen niet van. De lange standen heb ik gebruikt om één stand meerdere malen te tekenen en zodoende een beetje te experimenteren. Onderstaande tekening is voorbereid met een losse, luchtige kriebel die de de globale vorm van het model weergeeft. Daarna is het model in één keer neergezet met een stevige potloodlijn. De grap is dat zonder die losse kriebel die lijn nooit zo trefzeker had kunnen zijn. Waaróm dat zo is, begrijp ik wel — maar het uitleggen, dat is nog best moeilijk.

model Valeria, 20 x 28 cm

model Valeria, 20 x 28 cm

Modelleren

Deze vrijdag heb ik weer modelgetekend bij de groep van Pieter. Het ateliergebouw waarin we werken is een oude school in de Tweede Boerhaavestraat. Grote verrassing, want wat blijkt: in dit gebouw zat vroeger het Mathematisch Centrum, de voorloper van het huidige Centrum voor Wiskunde en Informatica. Als ik dit memoreer bij de koffieautomaat op mijn werk, vertellen emeriti Jaap Korevaar en Tom Koornwinder dat zij hier beiden nog gewerkt hebben — de ene één jaar, de ander zelfs tien jaar. Voortaan vertel ik vrijdagsmiddags dat ik afreis “naar het Mathematisch Centrum” om te gaan “modelleren”. Klinkt dat niet reuze interessant?

model Valeria, 20 x 28 cm

model Valeria, 20 x 28 cm

Verdrinken in de tijd

Vanmiddag heb ik model getekend bij een voor mij nieuwe groep: ateliergenoten van Pieter in Amsterdam. Op klein formaat: met 6B-potlood in een schetsboek. Eerst een paar korte standen om erin te komen, daarna standen van twintig minuten, afsluitend één stand van een heel uur. Na afloop de resultaten bekijkend zijn de korte standen het best gelukt, want het meest spontaan. Toch blijf ik het een raadsel vinden: waarom lukt een tekening waar ik vijf minuten over doe beter dan een tekening waar ik twintig minuten de tijd voor heb?

model Mireia, 20 x 28 cm

model Mireia, 20 x 28 cm